Phnom Penh: een stad met vele gezichten

Na vijf weken verblijf in Phnom Penh wordt het toch langzaamaan tijd om eens wat over de stad zelf te vertellen. Er valt namelijk meer dan genoeg te vermelden over deze bruisende ‘Parel van Azië’, zoals de stad in haar hoogtijdagen werd genoemd. Een stad die gedurende haar roerige geschiedenis langs hoge pieken en diepe dalen is gegaan, maar tegenwoordig zelfverzekerd vooruit blikt. Waarbij overigens wel aangetekend moet worden dat het maar zeer de vraag is of iedereen zal kunnen profiteren van de resultaten deze hosanna-stemming.

De geschiedenis van Phnom Penh begint volgens de legende in 1372, toen een non genaamd Daun (grootmoeder) Penh water ging halen in de Mekong en een aangespoelde holle boomstronk vond. In de boomstronk trof ze een vijftal Buddha-beeldjes aan. Om deze beeldjes een veilig onderkomen te bieden liet ze mensen uit de buurt een heuvel aanleggen, waarop ze vervolgens een tempel liet bouwen. Deze tempel noemde ze naar zichzelf, Wat Phnom Daun Penh (Wat = tempel, Phnom = heuvel). De stad die rond de heuvel ontstond kreeg de naam Phnom Penh (‘Heuvel van Penh’).

Wat Phnom: de geboortplaats van Phnom Penh

Wat Phnom: de geboortplaats van Phnom Penh

Vandaag de dag ligt de heuvel, die nu simpelweg Wat Phnom wordt genoemd, in het midden van een drukke rotonde. De omgeving is omgebouwd tot een parkachtige tuin en is een bij de locals erg populaire plek om te ontspannen. De tempel zelf is veelvuldig her- en verbouwd, maar is nog steeds in gebruik.

In de 15e eeuw was Phnom Penh kortstondig de hoofdstad van het Khmer koninkrijk, nadat de Siamezen (tegenwoordig de Thai) de koning uit Angkor hadden verdreven. Dit was echter van kore duur: tussen grofweg 1500 en 1865 werd vanwege onderlinge strubbelingen tussen potentiële troonopvolgers de locatie van het koninklijke hof, en daarmee dus de locatie van de koninklijke hoofdstad, veelvuldig verplaatst. Pas in 1866, onder koning Norodom I, werd Phnom Penh de permanente residentie van het hof en de regering, en daarmee de definitieve hoofdstad van het koninkrijk van Cambodja, en begon de stad een deel van haar huidige gezicht te krijgen. Zo werden onder andere het beroemde Koninklijke Paleis en de Zilveren Pagoda in deze periode gebouwd.

De spitsen van het Koninklijke Paleis-complex

De spitsen van het Koninklijke Paleis-complex

Op het moment dat Phnom Penh de permanente hoofdstad werd was Cambodja reeds een protectoraat binnen het Franse koloniale rijk geworden. Onder Franse heerschappij werd de stad op Europese wijze heringericht: het huidige schaakbordachtige statenplan met brede, boomrijke boulevards en smallere zijstraten, omlijnd door drie of vier verdiepingen tellende woonblokken, indrukwekkende koloniale villa’s en kantoorpanden, stamt uit deze periode. Ook veel grote, beeldbepalende bouwwerken zoals het station, de Centrale Markt (Psar Thmei) en diverse scholen, ziekenhuizen en ambassadegebouwen zijn tijdens de Franse overheersing gebouwd. Het is vanwege deze ingrijpende transformatie dat Phnom Penh de bijnaam “Parel van Azië” verwierf.

De Centrale Markt (Psar Thmei), een prachtig art deo-bouwwerk gebouwd onder de Fransen

De Centrale Markt (Psar Thmei), een prachtig art deo-bouwwerk gebouwd onder de Fransen

De woonblokken in het oude gedeelte van Phnom Penh zijn een mengeling van Franse en regionale invloeden, en doen in sommige aspecten soms wel wat denken aan de Franse koloniale architectuur in bijvoorbeeld New Orleans (zoals de open gevels met balkons en overlopen aan de straatzijde). In de meeste gebouwen worden de bovenste etages gebruikt als woonhuis, en vind je op de begane grond een winkel, eettentje, café of werkplaats.

Een typische straat in het centrum van Phnom Penh: het stratenplan is afkomstig van de Fransen, de architectuur is een mengeling van Franse en regionale invloeden

Een typische straat in het centrum van Phnom Penh: het stratenplan is afkomstig van de Fransen, de architectuur is een mengeling van Franse en regionale invloeden

Nadat Cambodja op 9 november 1953 haar onafhankelijkheid verwierf probeerde koning Sihanouk op verschillende manieren de nationale trots en band met de Khmer identiteit bij de gewone burgers aan te wakkeren. Eén van de aspecten van dit beleid is de zogenaamde “New Khmer Architecture”, een mix van Bauhaus, postmodernisme en traditionele elementen uit de Angkor-periode. De meest bekende architect van deze stroming is Vann Molyvann, ontwerper van onder andere het Onafhankelijksmonument, het Nationale Theater en de befaamde Koninklijke Universiteit.

Het Onafhankelijkheidsmonument

Het Onafhankelijkheidsmonument

De periode vanaf de onafhankelijkheid tot ruwweg 1970 was voor Phnom Penh een periode van ongekende groei en voorspoed. Het inwonertal schoot omhoog, en gedragen door een nieuwe middenklasse floreerden de economie en het intellectuele en culturele leven als nooit tevoren: overal werden hippe bars en café’s, winkels en kunstgalleriëen geopend, de universiteiten en hogescholen draaiden op volle toeren en Phnom Penh veranderde langzaam maar zeker in een cosmopolitische stad van internationale allure.
Aan deze groei kwam echter abrupt een einde toen de Cambodjaanse Burgeroorlog uitbrak tussen de regering en de communistische Khmer Rouge, die een zinderende haat koesterde jegens de kapitalistische decadentie en weldaad van de stadse leven. Door de felle gevechten in de provincies en de meedogenloze bombardementen door de Amerikanen vluchtten honderdduizenden naar de hoofdstad: in korte tijd steeg het inwonertal van minder dan een miljoen naar meer dan 2,5 miljoen. Omdat de stad niet in staat was deze toestroom te verwerken kwamen de meeste vluchtelingen terecht in armoedige sloppenwijken aan de rand van de stad, waarvan sommigen vandaag de dag nog steeds bestaan.

De evacuatie van Phnom Penh

De evacuatie van Phnom Penh

Vanaf 1973 werd Phnom Penh met regelmaat door bombardementen en terreuraanslagen getroffen, waarbij veel schade werd aangericht en duizenden burgers om het leven kwamen, maar het duurde nog tot april 1975 alvorens de Khmer Rouge de stad definitief kon veroveren. Direct na de overname begon zij Phnom Penh (net als alle andere steden) te evacueren: onder het mom dat de Amerikanen de stad zouden bombarderen werd alle stadsbewoners bevolen de stad te verlaten. De werkelijke reden was echter meer sinister: stadsbewoners werden gezien als moreel corrupt, en werden naar het platteland gedreven voor heropvoeding en dwangarbeid. Duizenden intellectuelen, dokters, advocaten, zakenmensen en andere personen met banden met het oude regime en maatschappij werden meteen vermoord, vele honderduizenden meer kwamen in Democratisch Kampuchea (zoals de Khmer Rouge Cambodja noemden) om het leven door ondervoeding, dwangarbeid, ziekte en executie. Banken, winkels, scholen en universiteiten, musea, tempels, in feite alle symbolen van het oude, kapitalistische Phnom Penh werden systematisch verwoest, en gedurende de bijna vier jaar dat de Khmer Rouge aan de macht was woonden nooit meer dan enkele tienduizenden mensen in de stad, met name Khmer Rouge kaders en arbeiders die voor de bevoorrading zorgden. Feitelijk was de stad een spookstad, aan de natuur overgelaten.

Phnom Penh na de evacuatie door de Khmer Rouge: een spookstad

Phnom Penh na de evacuatie door de Khmer Rouge: een spookstad

Na het tijdperk van de Khmer Rouge heeft het vele jaren geduurd voordat Phnom Penh weer een beetje wat van haar oude glans terugkreeg, maar vanaf de mid-jaren negentig  kwamen ontwikkelingen in een stroomversnelling terecht. Met  name langs de grote boulevards werden op veel plekken oude, slecht onderhouden en door oorlog beschadigde gebouwen gesloopt en vervangen door tankstations, moderne kantoorblokken (vaak bedekt met spuuglelijk groen of blauw spiegelglas) en huizen met een Thaise snit (woonhuizen van 3-6 lagen met veel goud, felle kleuren en kitscherige tempelmotieven, veelal in lange rijen met identieke gevels: Vinex op zijn Aziatisch :D). Het straatbeeld is als gevolg hiervan zeker meer gevarieerd geworden, maar of het er ook mooier op is geworden is een tweede (al valt over smaak uiteraard niet te twisten…)

Preah Monivong Boulevard, één van de belangrijkste verkeersaders van Phnom Penh

Preah Monivong Boulevard, één van de belangrijkste verkeersaders van Phnom Penh

Tegenwoordig is Phnom Penh een bruisende en hektische Aziatische metropool die in veel opzichten is te vergelijken met verder ontwikkelde steden als Ho Chi Minh City en Bangkok. Met nog geen 2 miljoen inwoners weliswaar een stuk kleiner, maar de geuren, geluiden en de onaflatende chaos zijn onmiskenbaar. Het verkeer is de hele week door een absoluut gekkenhuis (voor de meeste Cambodjanen is zaterdag ook een gewone werk-/schooldag, en zondags gaan ze meestal de hort op) , de straten vol met auto’s, busjes, moto’s, tuktuks en fietsers die allen vechten om een plekje op de weg. De regels zijn simpel: stoplichten, verkeersborden, voorsorteervakken, wegbelijningen en zelfs verkeersregelaars zijn puur decoratief, en is je voertuig groter, dan heb je automatisch voorrang. Het is maar goed dat de wegen zo verstopt zijn dat iedereen langzaam moet rijden, want anders zou elke dag in een bloedbad eindigen (wat niet wil zeggen dat er niet met grote regelmaat ongelukken gebeuren, maar ikzelf heb dit gelukkig nog niet hoeven aanschouwen). Wat opvalt is het aantal dikke auto’s op de weg: in één dag zie je hier meer Lexus en Hummers rondrijden dan je in een heel jaar in Nederland ziet, en uiteraard gedragen ze zich als volleerde asocialen danwel volslagen onverantwoorde idioten.

De dikke auto’s staan in groot contrast met de gemiddelde levensstandaard in Phnom Penh: een aanzienlijk deel van de bevolking moet het zien te rooien met een handvol dollars per dag (wat overigens in veel gevallen nog altijd beter is dan waarmee de mensen op het platteland het moeten doen). De stad bevat dan ook in feite twee naast elkaar bestaande economiëen: de elite rijdt in dure auto’s, eet in dure restaurants en shopt in supermarkten, winkelcentra en chique boutiekjes, de rest rijdt rond op brommerjes, fietsen of neemt een tuktuk, eet op straat of koopt eten op de markt. Gewinkeld wordt in de vele kleine familiewinkeltjes die de stad rijk is.

Wat Broyouvong: één van de talrijke Buddhistische tempels in Phnom Penh

Wat Broyouvong: één van de talrijke Buddhistische tempels in Phnom Penh

Wat alle inwoners echter bindt is hun geloof: de overgrote meerderheid van de bevolking van Phnom Penh (en Cambodja in het algemeen) is Buddhistisch, en zij nemen hun geloof danig serieus. Overal in de stad vind je tempels (wats), en deze worden veelvuldig bezocht. Monniken kun je overal in de stad zien, en worden vaak ‘ingehuurd’ om hun zegen uit te spreken over een huwelijk, huis of belangrijke voorwerp. Veel woningen en winkels zijn voorzien van een altaartje dat lijkt op een vogelhuisje in de vorm van een Buddhistische tempel (de naam is me even ontschoten), en waarop wierook wordt verbrandt en offergaven worden achtergelaten.

Cambodjanen zijn verder ook dol op zowel eten – iets wat ze de hele dag door doen: het is verbazingwekkend hoeveel die kleine mensen naar binnen schuiven – als winkelen en boodschappen doen. Eettentjes zijn van ’s ochtends vroeg (een uur of 6) tot ’s avonds laat (relatief gezien: om 10 uur is het al rustig op straat – café’s en restaurants zijn meestal langer open, en hetzelfde geldt voor de nachtmarkten), en ook winkels en markten draaien lange dagen (supermarktjes zijn vaak zelfs 24 uur per dag open). Zoals overal in Azië zijn de markten een absolute topattractie: de kleinere in de buitenlucht, de groteren overdekt, maar stuk voor stuk zijn ze een waar walhalla voor koopjesjagers. Of je nu muziek of films zoekt (uiteraard kopietjes), zonnebrillen (uiteraard nep), kleding, sierraden, speelgoed of eten, je kunt er werkelijk alles krijgen.

De Russian Market (Psar Toul Tom Poung)

De Russian Market (Psar Toul Tom Poung)

Het leukste aan de markten is wat mij betreft wel het afdingen: wanneer je klakkeloos met de vraagprijs akkoord gaat word je meestal op een schaapachtige blik vol ongeloof getrakteerd – het hoort er gewoon bij, en de Cambodjanen hebben er mijn of meer een volkssport van gemaakt. Dit geldt overigens ook voor de prijs voor een moto of tuktuk, en nog veel meer. Van barang (buitenlanders) wordt structureel veel meer gevraagd dan van locals, maar met een glimlach, een paar woorden in het Khmer, een gezonde handelsgeest en wat handige truukjes (moeilijk kijken en doen alsof je hard aan het nadenken bent of het de vraagprijs wel waard is) kun je toch een aardig eind komen. Vuistregel is dat de openingsprijs voor buitenlanders zo’n 3-4x hoger ligt dan wat de lokale bevolking betaald, dus de kunst is om tot een prijs te komen die voor beide partijen acceptabel is. Je moet immers niet uit het oog verliezen dat het om relatief kleine bedragen gaat (zeker voor Westerse begrippen), en daar waar een paar duizend riel (4000 riel = 1 dollar) meer of minder voor de gemiddelde buitenlander geen deuk in de begroting zal slaan, gaat het voor de verkoper om een fors bedrag. Het is geven en nemen, en vergt zeker wel wat oefening.
Tot nog toe gaat het mij redelijk af: voor wat vers fruit heb ik een goede prijs weten te bedingen (heb ik uiteraard even gechecked bij één van mijn Khmer collega’s), maar voor een aantal sai (van die pluimpjes waar we ook op school mee spelen) had ik blijkbaar toch veel te veel betaald. Iets wat mijn leerlingen me met veel genoegen hebben ingewreven – “Haha, ze hebben je afgezet!!!” 😀 Binnenkort ga ik weer eens heen voor wat meer aankopen – ik wil in ieder geval iets tegen die klere-muggen halen, want ik word elke avond weer helemaal lekgestoken, en ’s nachts jeukt dat als de neten – heb er al heel wat uren slaap door verloren. Verder staat op mijn lijstje een paar krama’s (de voor Cambodja typische geblokte sjaals die voor alles en nog wat worden gebruikt, van sjaal tot handdoek, plunjezak of zelfs hangmat)  en misschien een paar mooie rieten vloerkleden voor in mijn nieuwe huis – dus eens kijken hoe het me dan vergaat…

Advertenties

5 Reacties op “Phnom Penh: een stad met vele gezichten

  1. Hoi Jonas,
    ook dit stukje hebben we weer, net als alle andere, met veel plezier gelezen. Volgens ons heb je het daar goed naar je zin. Echt een “vet” avontuur wat je daar aan het beleven bent.
    Geniet er nog even een aantal weken van! We zijn benieuwd naar je verdere verhalen op je blog en natuurlijk naar de rest van de verhalen en foto’s als je weer huiswaarts keert.
    Groetjes, Harry en Christina
    P.S. Roem! deze week 7e… kan beter dus!

  2. Pingback: the ridiculous desire for career advancement | Flickr Comments·

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s