Een korte uitstap naar Battambang

Donderdag 24 en vrijdag 25 februari hadden we de midterm-vakantie, wat betekent dat de kinderen vrij waren van school. Aangezien dit mooi aansloot op het weekend was dit bij uitstek de gelegenheid om Phnom Penh voor even de rug toe te keren en er even op uit te trekken. De keuze van de  bestemming viel niet mee, want er zijn veel locaties die meer dan de moeite waard zijn om te bezoeken: zo twijfelde ik onder andere tussen Kampot (wat volgens velen die ik had gesproken erg de moeite waard was), Kratie (vooral om de met uitsterven bedreigde Zoetwaterdolfijnen te zien), of toch – nog maar eens – Siem Reap en Angkor Wat.  Na heel wat denkwerk viel de keuze echter op Battambang, de tweede stad van Cambodja (250.000 inwoners) en hoofdstad van de gelijknamige provincie in het westen van het land, gelegen tussen het Tonlé Sap-meer en de Thaise grens. De stad is befaamd om zijn ontspannen sfeer en goed behouden Frans-koloniale architectuur, terwijl de provincie een van de groenste en meest vruchtbare van het land is. Battambangers beweren dat de beste rijst, de zoetste kokosnoten en de sappigste sinaasappels uit hun provincie komen, maar uiteraard wordt dat fel betwist door mensen van elders in het land.

Hoe dan ook, de keuze was dus gevallen op Battambang. Het enige dat nodig was was het regelen van een busticket, en dat was een fluitje van een cent: een retourtje per moto naar het kantoor van Capitol Tours, gelegen bij de markt van Psar Orussey in het centrum van de stad, en voilà, één busticket in de pocket ($4,50 dollar voor een reis van 5 uur). Mooie gelegenheid ook om even te lunchen bij het Dragon Guesthouse, mijn favoriete ontbijtadres tijdens mijn vorige verblijf in Phnom Penh: hun Indiase Biryani-rijst (een soort nasi met kip, hete pepers en verse kaneel, kruidnagel, laurierblad en komijn) is me al die tijd bijgebleven, dus die moest ik koste wat het kost weer hebben.

Chaos rond Psar Orussey

Totale chaos rond Psar Orussey, één van de grootste markten van Phnom Penh

Donderdag-ochtend om 9 uur vertrok de bus, dus de avond ervoor even mijn backpack gevuld met het hoogst noodzakelijke, en geprobeerd om op tijd naar bed te gaan zodat ik uitgerust op weg kon. Dat laatste was helaas flink mislukt, want ‘Teacher’ Max, een mede-vrijwilliger uit Nederland, was na een maand lesgeven en een maand rondreizen weer voor korte tijd terug in Phnom Penh. En dat moest uiteraard gevierd worden. Een klein biertje in de Liquid Bar, mijn favoriete drinkplek in de stad, liep daarom uit op meer dan was gepland. Niet in de minste plaats omdat ik nog steeds één van de serveersters van het café moest verslaan met poolbiljarten, na een keer behoorlijk ingemaakt te zijn geweest (moet toch een beetje mijn ego intact zien te houden :P)

Street 278 (alias 'Expat Street'), waar zich de Liquid Bar bevindt

Street 278 (alias ‘Expat Street’), waar zich de Liquid Bar bevindt (het stukje blauwe uithangbord aan de linkerkant)

Het plan om fris en fruitig aan mijn reis te beginnen liep dus flink in de soep, maar gelukkig stond de airco van de – overigens zeer comfortabele – bus op standje permafrost, en dat werkt blijkbaar wonderen tegen een hoofd en dufheid. De reis zelf was verder weinig opzienbarend: de tocht leidde door het platteland van centraal-Cambodja, dat in deze tijd van het jaar (begin van het droge, hete seizoen) er helaas nogal dor bijligt: een groot verschil met het weelderig groene landschap dat ik tijdens mijn eerste bezoek aantrof. Toch heb ik 5 uur lang met plezier het landschap aan me voorbij laten trekken, want er valt ondanks de dorheid veel te zien (kleine dorpjes, fruitplantages, scholieren die langs de weg naar of van school komen, de halsbrekende toeren die de mede-weggebruikers uithalen….)

Centraal Battambang, gezien van het balkon van mijn eerste (de dure) hotelkamer

Centraal Battambang, gezien van het balkon van mijn eerste (de dure) hotelkamer

Na 5 uur kwam ik aan in Battambang, en ben ik linea recta naar het Royal Hotel gewandeld om mijn accomodatie te regelen. In eerste instantie wilde ik dat voor vertrek doen via internet, maar besloot later toch maar alles op de bonnefooi te doen, aangezien de opties aan de balie vaak groter zijn dan on-line en je ook meer flexibel bent wat betreft ruilen van kamer. Dat laatste kwam goed van pas, want voor de eerste nacht waren alleen tweepersoonskamers met airco beschikbaar voor de astronomische bedrag van 17 dollar. De normale prijs was twintig, maar omdat ik meteen een moto (zo’n 100cc brommertje die zo’n beetje elke Cambodjaan bezit) voor de volgende dag reserveerde om de omgeving te verkennen kreeg ik een paar dollar korting. Blijft echter veel geld, want voor hetzelfde bedrag kun je, als je het goed (lees: zuinig op zijn Hollands) aanpakt ook een halve week slapen en eten. Aan de andere kant: na het 7 weken met een bordkartonnen matras, lawaaiige ventilator en irritante muggen in het volunteer guesthouse te moeten doen was het ook wel eens prettig om echt comfortabel te slapen. De rest van de dag heb ik gevuld met een beetje rondlopen en -kijken in Battambang (één, twee uur is daarvoor meer dan voldoende, want het centrum is compact en heel veel valt er niet te zien) en avondeten en relaxen op het dakterras van het hotel, om vervolgens vroeg naar bed te gaan. Uiteindelijk haalde de vorige avond me toch weer in…

Psar Nath ('Meeting Market'), het centrale marktgebouw van Battambang

Psar Nath (‘Meeting Market’), het centrale marktgebouw van Battambang

Een fraai voorbeeld van Frans-koloniale architectuur in Battambang

Een fraai voorbeeld van Frans-koloniale architectuur in Battambang

Stung Sanker, die rivier die het oude en het nieuwe gedeelte van Battambang van elkaar scheidt

Stung Sangker, die rivier die het oude en het nieuwe gedeelte van Battambang van elkaar scheidt

Frans-koloniale shophouses in het oude centrum van Battambang

Frans-koloniale shophouses in het oude centrum van Battambang

De volgende ochtend verruilde ik van kamer: ik ‘upgrade’ mijn kamer naar een eenpersoonsuitvoering met een geruisloze plafondventilator – goed genoeg – en zonder warm water (who cares?), voor 8 dollar. Prima deal, lijkt me. Na de verhuizing snel ontbeten, en vervolgens mijn gids voor de dag, Nakim, opgezocht om me het platteland in de omgeving van Battambang te tonen. Op het programma stonden de beroemde Bamboo Train, Phnom Banan en Wat Phnom Sampeau, terwijl de tocht over stoffige landweggetjes zou leiden, door onbedorven platteland langs kleine dorpjes en uitgestrekte fruit- en groenteplantages. Veel beter dan over de geasfalteerde hoofdwegen!

Achterop de moto dus (zonder helm), und los gehts, me aan de moto vasthoudend met de ene, foto’s schietend met de ander hand. De eerste bestemming was de Bamboetrein, op ongeveer een half uur van het centrum van Battambang. Eerst nog over geasfalteerde wegen, maar buiten de stad veranderde het wegdek al snel in gravel afgewisseld met hobbels en gaten. Toch zit het achterop zo’n brommertje zeker niet oncomfortabel: de vering is prima, het zadel dik en zacht. Alleen de benen worden na verloop van tijd wat stram, omdat er qua houding weinig af te wisselen valt. Maar aangezien de verschillende locaties op hooguit 45 minuten van elkaar lagen, en er ook tussentijds een paar korte stops gemaakt werden, was het prima te doen.

De Bamboo Train in volle glorie

De Bamboo Train in volle glorie

De spoorlijn in even volle glorie: kan wel een opknapbeurt gebruiken ;)

De spoorlijn in even volle glorie: kan wel een opknapbeurt gebruiken 😉

Rijstvelden zoals ze er tijdens het droge seizoen uitzien

Rijstvelden zoals ze er tijdens het droge seizoen uitzien

Zoals gezegd was de eerste stop de Bamboo Train (door de locals worden ze ‘Norries’ genoemd), zo’n beetje het enige spoorverkeer dat vandaag de dag nog in Cambodja rondrijdt. Trein is overigens een groot woord, want afgezien van het feit dat het op rails rijdt zijn er weinig overeenkomsten. Een bamboetrein bestaat uit een tweetal assen, met daarboven een bamboe plateau van een vierkante meter of drie. Het geheel wordt aangedreven door een motortje die meer lawaai maakt dan pk’s levert. En dat is maar goed ook, want het spoor is in zo een slechte staat dat het treintje woest rammelend, stuiterend en naar alle kanten schuddend zijn traject aflegt. Een normale trein zou al uit de rails vliegen voordat het goed en wel het station heeft verlaten, maar voor de bamboetreintjes levert het weinig problemen op.

De tocht bestond uit een retourtje naar het klein dorpje O Sra Lav, 20 minuten heen en 25 minuten terug. Dat laatste omdat tijdens de terugtocht mijn trein ontmanteld moest worden om een tegenligger te laten passeren. Het kleine dorpje bestond uit een aantal boerderijtjes en ‘cafeetjes’ (tafels en stoelen onder een rieten dak, voorzien van een grote koelbox met blikjes frisdrank en bier). De kinderen van het dorp leidden ons – ik en twee Italianen die een trein eerder hadden genomen – rond, maakten ringen en armbanden van riet en showden een dikke, slecht gehumeurde python in een stenen bak – huisdier, toeristenattractie en bron van inkomsten in één, want voor 5 dollar kon je een kip kopen om aan het beest te voeren. Dat laatste leek mij niet nodig (heb al genoeg spektakel gezien toen ik mijn piranha’s nog thuis had rondzwemmen in mijn aquarium), maar gezien de omvang kreeg het beest zijn portie kip wel binnen.

Een meisje uit het gehucht waar de Bamboo Train een stop maakte

Een meisje uit het gehucht waar de Bamboo Train een stop maakte

En nog eentje

En nog eentje

Een ring maken van riet

Een ring maken van riet

De humeurige, kip-etende python

De humeurige, kip-etende python

Eén van de 'restaurantjes' in het dorp

Eén van de ‘cafeetjes’ in het dorp

Uitgezwaaid

Uitgezwaaid

Een tegenligger met meer passagiers dan mijn 'treinstel', dus ontmantelen die hap!

Een tegenligger met meer passagiers dan mijn ‘treinstel’, dus ontmantelen die hap!

Al met al een unieke ervaring, en helaas waarschijnlijk ook eentje die geen lang leven meer beschoren is. De regering is namelijk bezig de spoorlijn op te waarderen om een permanente treinverbinding tussen Phnom Penh en de Thaise grens bij Poipet te realiseren. Hoe lang dit nog duurt is onzeker, maar feit is wel dat zodra deze verbinding een feit is, het gedaan is met de bamboetreintjes. Mijn gids Nakim wist me overigens wel te vertellen dat er vage plannen zijn om een stukje spoorlijn te reserveren of om te leggen, om zo de bamboetrein als toeristentrekpleister en inkomstenbron voor de lokale bevolking te behouden. Maar in hoeverre dit bewaarheid kan worden in een land waarin corruptie welig tiert en het grote geld van de projectontwikkelaars – niet zelden met directe banden naar hoge bestuurders en ambtenaren – het bijna altijd weet te winnen van lokale en kleinschalige belangen is uitermate onzeker.

The Golden Gate Bridge over de Stung Sanker rivier - overdrijven is ook een vak :P

The Golden Gate Bridge over de Stung Sangker rivier – overdrijven is ook een vak 😛

Geschikt voor gemotoriseerd verkeer :D

Geschikt voor gemotoriseerd verkeer 😀

Gewassen op de droogliggende oevers van de Stung Sanker, wat alleen in het droge seizoen mogelijk is

Gewassen op de droogliggende oevers van de Stung Sangker, wat alleen in het droge seizoen mogelijk is

Onze weg, een grindpad die langs de rivier loopt

Onze weg, een grindpad die langs de rivier loopt

Voor de rit naar naar de volgende locatie, Phnom Banan, moesten we eerst over een brug over de rivier Sangker (lichtelijk oeverdreven ‘Golden Gate Bridge’ genoemd) om vervolgens langs de rivieroever de weg te vervolgen over stoffige achterafweggetjes en hobbelige modderpaden. Het had hier een paar dagen geleden flink geregend, iets wat voor het kurkdroge en verstikkend hete Phnom Penh, middagtemperatuur tussen 34 en 38 graden, blijkbaar te veel gevraagd is. De rit leidde door pittoreske gehuchtjes waar je als barang wordt verwelkomd met een spervuur aan Hello!’s door driftig zwaaiende dorpelingen. De lokale bevolking kweekt het gehele jaar door fruit (onder andere bananan, ramboutan, papaya’s, mango’s en ananas), en gebruikt daarnaast tijdens het droge seizoen de drooggevallen oevers van de rivier om gewassen als spaanse pepers, tabak en verschillende soorten groenten te telen. In het regenseizoen stijgt het waterpijl in de rivier en komen de oevers onder water te staan: in deze periode wordt voornamelijk rijst verbouwd. Sommige boeren slagen er echter met behulp van irrigatie vanuit de rivier ook tijdens het droge seizoen in om rijst te telen, iets dat bijna uitsluitend in de provincie Battambang mogelijk is, en de frisgroene velden zijn samen met de plantages direct langs de rivier een welkome afwisseling in het verder toch vrij droge, geel-bruine landschap.

Rennen in het veld

Rennen in het veld

Groene rijstvelden!

Groene rijstvelden!

Op weg langs de Stung Sanker (vanaf de moto)

De nogal geerodeerde weg langs de Stung Sangker (vanaf de moto)

Op weg naar Phnom Banan was ook een korte stop gereserveerd voor een tempel aan de Sanker rivier. Niet vanwege de tempel zelf (wanneer je reeds een paar dozijn hebt gezien sla je niet zo snel meer steil achterover van nog een tempel), maar des te meer vanwege een oude mangoboom op het tempelterrein. Deze wordt namelijk bewoond door een flinke kolonie vleerhonden of kalongs: vleermuizen van het formaat tekkel met een vleugelspanwijdte van een meter, maar verder ongevaarlijk aangezien ze alleen fruit eten (vandaar de Engelse naam ‘Fruit Bat’). De dieren staan hoog aangeschreven bij de lokale bevolking, in de wok welteverstaan, maar op het tempelterrein zijn ze veilig: monniken mogen uiteraard niets doden, en de bevolking laat het wel uit het hoofd om dieren te doden op gewijde grond. En gezien het lawaai dat de beesten maken lijken ze het prima naar hun zin te hebben in hun veilige thuishaven.

Vleerhonden in hun boom op het tempelterrein

Vleerhonden in hun boom op het tempelterrein

Plattelandstafereeltje vanaf de moto

Plattelandstafereeltje vanaf de moto

De volgende stop was de Angkoriaanse tempel van Phnom Banan. Een tempel met een layout die vergelijkbaar is met die van Angkor Wat, maar aangezien het complex was gebouwd in de 11e en 12e eeuw (een eeuw eerder) heeft het waarschijnlijk als voorbeeld gediend voor zijn veel beroemdere evenknie in Angkor. Tenminste, dat laatste is wat de locals beweren. Maakt verder ook niet zo veel uit, want de tempel was zeker de moeite waard. Jammer alleen van de ruim 350 treden die je eerst moet beklimmen, want bij 35 graden voelt dat eerder als zelfmoord dan als de blije toerist uithangen. Gelukkig was het uitzicht van boven op de heuvel indrukwekkend genoeg om een hartslag die doet denken aan een gabberbeat en een liter verloren zweet te rechtvaardigen. Veel meer dan het fraaie uitzicht vanaf de heuveltop en de tempelruïnes zelf viel er verder niet te zien, dus ruim een uur later waren we alweer op weg naar de laatste bestemming, Phnom Sampeau.

De 300-en-nogwat treden richting Phnom Banan

De ruim 350 treden naar boven naar Phnom Banan

Lekker hoor...

Lekker hoor…

Het kost wat bloed, zweet en tranen (en ledematen, als je van het pad afwijkt) om boven te komen, maar dan heb je ook wat

Het kost wat bloed, zweet en tranen (en dus ledematen, als je van het pad afwijkt) om boven te komen, maar dan heb je ook wat

Uitzicht vanaf Phnom Banan: de rots (met tempel) in de achtergrond is de volgende bestemming: Wat Phnom Sampeau

Uitzicht vanaf Phnom Banan: de rots (met tempel) in de achtergrond is de volgende bestemming: Wat Phnom Sampeau

Na 45 minuten over stoffige weggetjes te hebben gejakkerd kwamen we aldaar aan, waar ik, alvorens alweer aan een flinke klim te beginnen, eerst een lunch in de vorm een overheerlijk Beef Lok Lak heb genuttigd. Maar daarna moest ik toch weer aan de bak, want bezienswaardigheden hebben nou eenmaal de vervelende neiging om niet naar de toerist toe te komen: voor wat hoort wat. Een 13-jarig jochie dat bij het restaurantje hoorde wierp zich op als gids, en samen maakten we ons op weg naar de top van Phnom Sampeau, een kalksteen heuvel met daarop een tempel een en aantal grotten die tijdens de Khmer Rouge-periode een luguber doel dienden.

Van achterop de moto, op weg naar Wat Phnom Sampeau. Een beetje kinderachtig dat men alle bezienswaardigheden zo nodig bovenop een heuvel moest bouwen

Van achterop de moto, op weg naar Wat Phnom Sampeau. Een beetje kinderachtig dat men alle bezienswaardigheden zo nodig bovenop een heuvel moest bouwen

Mijn 13-jarige gids voor Wat Phnom Sampeau

Mijn 13-jarige gids voor Wat Phnom Sampeau

De grotten, in de volksmond de ‘Killing Caves’ genoemd, kwamen als eerste aan bod. In de jaren ’70 gebruikte de Khmer Rouge de tempels op de heuvel als gevangenis voor politieke gevangenen (lees: intellectuelen en mensen die gelieerd waren aan het oude regime) en uit de gratie gevallen kaderleden. Net als in het detentiecentrum Tuol Sleng in Phnom Penh werden de gevangenen hier eerst gemarteld om al dan niet valse bekentenissen te verkrijgen, waarna ze bestempeld werden als onbruikbaar. Vrij naar hun huiveringwekkende motto “To keep you is no benefit, to destroy you is no loss” betekende dit executie. En wat dat betreft bood Phnom Wat Sampeau de Khmer Rouge precies datgene wat ze nodig hadden: diepe grotten die ideaal waren om de gevangenen op een effectieve en discrete manier uit de weg te ruimen. Gevangenen werden geblinddoekt en met achter de rug gebonden handen naar de rand van de grot geleid, waarna ze over de rand werden geduwd en tientallen meters naar beneden vielen. De ‘gelukkigen’ werd eerst met een rafelig palmblad de keel doorgesneden, de ongelukkigen werden zonder poespas simpelweg naar beneden gegooid. Diegenen die de val overleefden stierven beneden in de grot langzaam van honger en dorst, omringd door de ontbindende resten van eerder slachtoffers, en regelmatig opgeschrikt door de vallende lichamen van nieuwe slachtoffers. Naar mate de tijd verstreek steeg de kans de val te overleven, aangezien de hoop lichamen steeds hoger werd. Overigens werd voor kinderen een aparte ‘killing cave’ gebruikt. In totaal zijn op de heuvel zo’n 10-15.000 mensen door de Khmer Rouge om het leven gebracht.

Killing Caves van Wat Phnom Sampeau: hier werden de slachtoffers van de Khmer Rouge naar beneden geduwd

Killing Caves van Wat Phnom Sampeau: hier werden de slachtoffers van de Khmer Rouge naar beneden geduwd

Zoals geïllustreerd op dit schilderij, dat bij de gedenkplaats staat

Zoals geïllustreerd op dit schilderij, dat bij de gedenkplaats staat

Met dit als resultaat

Met dit als resultaat

Na deze ontnuchterende tussenstop ging het nog enkele honderden meters verder naar boven, tot aan de top van de heuvel. Hier bevindt zich een aantal Buddhistische tempels, maar de grootste highlight is toch wel het werkelijk fenomenale driehonderdzestig-graden uitzicht dat je vanaf hier hebt over het omliggende Cambodjaanse platteland. Helaas herinnerde dit me er wel andermaal aan dat de beste tijd om Cambodja te bezoeken de periode september-november is, wanneer de ergste regens voorbij zijn maar de rijstvelden nog wel in volle was staan. Na een drie kwartier relaxen in een hangmat onder het genot van gefrituurde krekels (erg lekker: smaakt als zoute chips) en groene (zure) mango met een gevaarlijke mix van pepers, zout en suiker was het tijd om weer naar beneden te gaan: de zon begon al langzaamaan onder te gaan, en aan de voet van de heuvel wachtte mij nog een laatste spectaculaire bezienswaardigheid.

Makaak bij de Wat (tempel) op Phnom Sampeau

Makaak bij de Wat (tempel) op Phnom Sampeau

Wat Phnom Sampeau in volle glorie

Wat Phnom Sampeau in volle glorie

Uitzicht vanaf de heuvel: de verzameling witte gebouwen aan de horizon is Battambang

Uitzicht vanaf de heuvel: de verzameling witte gebouwen aan de horizon is Battambang

Eenmaal beneden had ik nog even de gelegenheid om een praatje te maken met een Buddhistische monnik, die mij rondleidde over het complex van zijn tempel, waar hij sinds 5 jaar zeer succesvol een school runde. Hij had inmiddels 260 leerlingen, die dankzij zijn inspanningen en die van zijn leraren (allemaal lokale vrijwilligers) de gelegenheid geboden werd om Engels te leren, waardoor hun kans op een betere toekomst aanzienlijk vergrootte. Iets dat voor de meerderheid van de plattelandskinderen niet is weggelegd, maar onbaatzuchtige projecten als deze zijn in ieder geval een eerste stap in de goede richting.

Gekiekt in het dorpje aan de voet van Wat Phnom Sampeau

Gekiekt in het dorpje aan de voet van Wat Phnom Sampeau

Wat nog restte was een kolonie vleermuizen die elke avond tegen zonsondergang hun rustplaats, een grot in de heuvel, verliet. Mij was verteld dat het spectaculair was, maar dat bleek nog enigszins een understatement. Hoeveel vleermuizen het waren weet ik niet (heb ze niet geteld), maar ik vermoed dat het er op zijn minst enkele honderdduizenden, misschien zelfs wel miljoenen moeten zijn geweest. In een lang lint verlieten ze hun grot op weg naar de omliggende meertjes en rijstvelden, waar ze op insecten (muggen) jagen. Het schijnt een uur te duren voordat alle vleermuizen de grot uit zijn, maar zo lang hebben wij niet gewacht, want de zon was inmiddels ondergegaan, en ons wachtte nog een rit van 40 minuten terug naar Battambang.

Vleermuizen verlaten in een lange lint hun grot: deze uittocht speelt zich elke dag weer af en duurt ongeveer uur!

Vleermuizen verlaten in een lange lint hun grot: deze uittocht speelt zich elke dag weer af en duurt ongeveer uur!

Nakim, mijn gids, en zijn stalen ros

Nakim, mijn gids, en zijn stalen ros

Terug in Battambang bedankte (en betaalde) ik mijn gids Nakim, die mij een fantastisch programma had voorgeschoteld, en na een heerlijke Beef Lok Lak-maaltijd en het bekijken van mijn foto-oogst van de dag was het de hoogste tijd om onder zeil te gaan, want het was een lange en intensieve dag.

De dag erop werd ik hondsberoerd wakker – geen idee waarvan. Misschien was het het het eten, misschien de hele dag in de knallende zon te hebben rondgelopen, wie zal het zeggen? Mijn plan was om nog een volle dag in Battambang te verblijven, maar ik voelde me te ziek om een fiets te huren (wat ik aanvankelijk de bedoeling was), en voor een dag op mijn hotelkamer rondhangen voelde ik ook weinig. Daarom besloot ik er maar een einde aan te breien en terug te gaan naar Phnom Penh, hopend dat ik de boel niet onder zou braken tijdens de ruim 5 uur in een warme, hobbelende bus. En alhoewel het zeker geen kandidaat voor mijn persoonlijke top-10 meest memorabele reizen was viel het gelukkig uiteindelijk allemaal wel mee. Eenmaal terug in Phnom Penh voelde ik me alweer een stuk beter. Voldoende om ’s avonds met ‘Teacher’ Alex naar de Equinox Bar te gaan, waar een erg leuke brassband speelde, en daarna wat te poolen in de Liquid Bar. Helaas werd ik wel – alweer – flink in de pan gehakt door het personeel, maar ondanks dat was het een prima afsluiter van een trip die weliswaar noodgedwongen wat ingekort moest worden, maar desalniettemin zeer de moeite waard was…

En weer terug in de hektiek van Phnom Penh, home sweet home!

En weer terug in de hektiek van Phnom Penh, home sweet home!

Advertenties

4 Reacties op “Een korte uitstap naar Battambang

  1. Sick!!! Mooie, heftige, indrukwekkende verhalen. Vreselijk van de Killing Caves, dit was compleet nieuw voor me. Echt mensonterend. Gelukkig is de rest van je trip leuk, en opgewekt. Wacht alweer op het volgende verslag. Vergeten te melden in mijn mailtje, maar Grunn heeft met 5-1 een pak slaag gekregen in en tegen Feyenoord! Bummer!

  2. Mooi en indrukwekkend verhaal weer! Zo wanen wij ons ook een heel klein beetje in een land ver weg…
    Gaat idd ruk met Fc, ze hebben door dat jij er niet bent! Geniet en succes nog even de komende weken!

  3. Moest weer even wat inhalen. Geweldige foto’s trouwens. Moest heel erg lachen om je fruit bat 🙂 al is deze nog niet zo stoer als de tube-nosed fruit bat!

    groetjes uit coev’n!

    • Ik had al zo’n vermoeden dat jij de Fruit Bat wel kon waarderen! 😀 Die tube-nose kan ik er wellicht nog wel even een keertje voor je in Fototsoepen, haha!
      Tot volgende week woensdag op kantoor! (jeez, da’s best een depressing thought wanneer je zit te chillen in de tropische zon ;))

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s