On the road again

Net als twee jaar geleden heb ik een deel van mijn vrije tijd gebruikt om een beetje rond te reizen en bezienswaardigheden te bezoeken. Voor Oud & Nieuw ben ik met een grote groep collega’s, vrienden en aanhang naar de even drukke als foute badplaats Sihanoukville afgereisd. Daarna ben ik in mijn alleentje een paar dagen richting het noorden van Cambodja gegaan, naar de plaatsen Kratie en Kampong Cham, op zoek naar een wat authentieker beeld van Cambodja. Tot slot heb ik Choeung Ek aangedaan, de beruchte Killing Fields in de buurt van Phnom Penh, essentieel om zowel de geschiedenis als de huidige staat van het land beter te begrijpen.

Kaartje van Cambodja

Kaartje van Cambodja

De eerste get-away was Sihanoukville (door Cambodjanen Kamong Som genoemd, door toeristen liefkozend ‘Snooki’), mijn eerste bestemming. Het is met bijna 100.000 inwoners de vijfde stad van Cambodja, vernoemd naar koning Norodom Sihanouk, en de hoofdstad van de gelijknamige provincie. De stad is een relatief nieuw, gesticht in 1955. Door de economische voorspoed in die periode voldeed de rivierhaven van Phnom Penh niet langer, en vanwege de gunstige ligging aan de Golf van Thailand werd gekozen om een compleet nieuwe haven uit de grond te stampen. Tot op heden is het de enige zeehaven van het land, en daardoor één van de belangrijkste fundamenten onder Cambodja’s economie.

De stad is onder toeristen echter vooral bekend als dé party town van Cambodja, gezegend met vele parelwitte stranden en een uitbundig nachtleven. Er zijn talloze stranden in en rond de stad, voorzien van exotische namen als Serendipity Beach, Occheuteal Beach, Sokha Beach en Independence Beach. De stranden in de stad zelf zijn, ondanks het feit dat ze dicht bij de meest comfortabele guesthouses en hotels liggen, niet erg prettig: het is er stervensdruk, je wordt voortdurend lastiggevallen door vrouwen en hondsbrutale straatkinderen die je van alles en nog wat proberen aan te smeren (massages, armbandjes, ‘echte’ fake Rayban zonnebrillen, eten en drinken), en de zee is vol met rondjakkerende jetski’s – elk jaar weer raken mensen gewond of komen zelfs om het leven na een aanvaringen met door bezopen strandgangers bestuurde watervoertuigen – bananenboten, parasailers en en meer van die Lloret de Mar-esque ongein. Daarnaast is het er nogal smerig, omdat dezelfde tentjes die overdag fungeren als bar/restaurant ’s avonds worden omgevormd tot zuipschuren en discotheken: opruimen is niet echt een nationale sport in Cambodja, dus veel van de rommel van ’s nachts (peuken, plastic bekers en een uitgebreid aanbod aan alcohol gerelateerde menselijke restproducten die ik vast niet hoef op te noemen, maar die je zeker niet op een strand hoopt tegen te komen) blijft gewoon liggen of eindigt in de zee.
Sihanoukville heeft een, zelfs voor Zuidoostaziatische begrippen, op zijn zachtst gezegd onfrisse reputatie. Door de door en door corrupte politie hangt er een sfeer van wetteloosheid, en de permanente aanwezigheid van duizenden toeristen, waaronder veel zogenaamde ‘sexpats’ (sekstoeristen), heeft geleid tot een even bloeidende als illegale schaduweconomie van drugstentjes (plekken waar je terecht kunt voor zowel drugs – paddo’s, wiet, lsd, ketamine, heroine – als met drugs gemixte hapjes en drankjes, denk aan ‘happy’ milkshakes en pizza’s), ‘massage’-salons, bordelen en straatprostituees. Daarnaast zijn straalbezopen en/of kneiterstonede toeristen natuurlijk gewillige doelwitten voor lokale criminelen die ze met alle liefde verlossen van hun kostbaarheden, indien nodig onder bedreiging van een wapen. Maar ondanks dat alles geldt, net als zoals overal, ook in Sihanoukville de regel “Wie kwaad zoekt zal kwaad vinden”, en de overgrote meerderheid van de toeristen zal, net als ik, tijdens hun verblijf geen enkel probleem ondervinden.

Sihanoukville was niet echt een plek waar ik nou per sé naar toe wilde, want voor foute badplaatsen kan ik net zo goed aan de Middellandse Zee terecht. Maar aangezien we met een groep van 12 personen die kant op gingen besloot ik mijn bedenkingen maar opzij te zetten: het was maar voor 4 nachten, en Oud & Nieuw op een tropisch strand is zeker iets wat iedereen een keer in zijn leven zou moeten meemaken (het stond in ieder geval hoog op mijn persoonlijke todo-list). En ik moet toegeven dat ik me er uitstekend vermaakt heb. Ten eerste zaten we op een rustig strand, Otres Beach genaamd, op een aantal kilometer van de stad zelf. Dat betekende geen aftandse accomodatie, hordes mensen op vuile stranden, lawaai en beach clubs die hun baggermuziek tot diep in de nacht over het strand uitbraken, maar een eenvoudig guesthouse (in feite weinig meer dan een veredelde boomhut met kleine ‘kamers’, van elkaar gescheiden met houten schotten, en voorzien van niet meer dan een matras, klamboe en ventilator), gezellige restaurantjes en bars, en een ontspannen sfeer. Zwemmen in een schone zee, zonnebaden op een opgeruimd strand, lekker relaxen en lezen in de schaduw van palmbomen, en ’s avonds genieten van een zonsondergang om in te lijsten en een heerlijke barbecue bij een van de vele prima strandtentjes. En dan tot slot toch maar richting het foute deel van de stad om tot in de vroege uurtjes op stap te gaan. Een strandvakantie is op zich niet echt mijn ding, maar hier kon ik toch echt wel prima mee leven!!!

Veel foto’s heb ik niet genomen tijdens mijn vier dagen in Snooki, want ik had geen zin om mijn camera te riskeren (diefstal, zand, water), maar ik heb een paar prenten gemaakt toen ik mijn busticket terug naar Phnom Penh moest regelen, hopelijk voldoende om in iederv geval een beetje een indruk te krijgen hoe Cambodja’s versie van Sodom en Gomorrah er, in ieder geval overdag, bijligt.

Een straat met guesthouses achter Serendipity Beach

Een straat met guesthouses achter Serendipity Beach

Tuk-tuk GTI

Tuk-tuk GTI

Een stoffig zandpad richting het strand

Een stoffig zandpad richting het strand

Serendipity Beach, dat er op deze foto een stuk beter uitziet dan het daadwerkelijk is. Links de strandtentjes cq. foute beach clubs.

Serendipity Beach, dat er op deze foto een stuk beter uitziet dan het daadwerkelijk is. Links de strandtentjes cq. foute beach clubs

Meer strand

Meer strand

Eén van de hoofdstraten richting Serendipity Beach

Eén van de hoofdstraten richting Serendipity Beach

Nadat ik uit Sihanoukville terugkwam had ik één avond om de was te doen en mijn tas opnieuw te pakken, want de dag erop vertrok ik alweer, op weg naar Kratie, een klein en slaperig stadje in het noorden van Cambodja, een regio waar ik nog niet eerder was geweest. Op zoek naar alles wat Sihanoukville niet is: beschaving, cultuur, natuur en een kleine blik in het echte leven van de gemiddelde Cambodjaan in plaats van drank, foute muziek en lange nachten. Maar voordat ik daar aankwam moest eerst de bijna 350 kilometer per bus worden afgelegd. En dat duurde niet 5-6 uur zoals mij door de busmaatschappij was verteld, maar bijna 9 uur! Ik hoopte wat tijd te hebben om een beetje rond te kijken en van de zonsondergang te kunnen genieten, maar toen ik eindelijk aankwam was het al lang donker. Bovendien voelde ik me danig geradbraakt door de hobbelige en schier eindeloze busrit dat ik na een maaltijd en het regelen van een gids voor de volgende dag nog maar één ding in mijn hoofd had: slapen! Kratie had maar te wachten tot de volgende dag.

Een moskee, ergens tussen Phnom Penh en Kratie. In Cambodja leven ongeveer  een half miljoen moslims, leden van de Cham minderheid

Een kleine dorpsmoskee ergens tussen Phnom Penh en Kratie. In Cambodja leven ongeveer een half miljoen moslims, leden van de Cham minderheid

Typische woningen zoals je ze overal op het Cambodjaanse platteland vind. Vaak gebouwd op stelten om tijdens het regenseizoen droge voeten te houden (het waterpeil stijgt op vele plekken meerdere meters).

Typische woningen zoals je ze overal op het Cambodjaanse platteland vind. Vaak gebouwd op stelten om tijdens het regenseizoen droge voeten te houden (het waterpeil stijgt op vele plekken meerdere meters)

Een drijvend dorp in de Tonle Sap rivier

Een drijvend dorp in de Tonle Sap rivier

Het platteland van Kampong Cham Province, met de voor Cambodja zo kenmerkende suikerpalmen

Het platteland van Kampong Cham Province, met de voor Cambodja zo kenmerkende suikerpalmen

Snoul, een dorpje van niks in the middle of nowhere. De laatste stop voor Kratie

Snoul, een dorpje van niks in the middle of nowhere. De laatste stop voor Kratie

Ondanks dat Kratie maar een klein stadje is van nog geen 15.000 inwoners, is het de hoofdstad van de gelijknamige provincie (provincie en hoofdstad hebben in de regel dezelfde naam in Cambodja) en de belangrijkste markt- en handelsplaats in de regio. Het ligt in het noorden van Cambodja, gelegen aan de machtige Mekong op zo’n 100 kilometer van de grens met Laos. In de jaren ’70 is het stadje grotendeels verschoond gebleven van Amerikaanse bombardementen en het geweld tijdens de burgeroorlog en de heerschappij van de Khmer Rouge, waardoor het Frans-koloniale centrum nog grotendeels intact is. De architectuur en provinciale charmedan ook één van de belangrijkste redenen om naar Kratie af te reizen, want verder heeft het stadje zelf niet bijster veel te bieden. De omgeving echter des te meer, en daarom leek het me een goede zet om me voor een dag per motor door de omgeving rond te laten leiden door een lokale gids, Soda genaamd.

Vroeg uit de veren dus, en om 8 uur waren we op weg naar de eerste stop, de stroomversnellingen bij Kampi. De weg liep langs de oever van de Mekong, door kleine dorpjes en langs groente- en fruitplantages. Een verademing na de drukte van Sihanoukville en de hektiek van Phnom Penh. Kampi zelf stelt weinig voor – niet meer dan een paar huizen – maar het heeft wel één van de belangrijkste ecotoeristische trekpleisters van Cambodja in petto. Het stukje Mekong in de buurt is namelijk het leefgebied van een kleine groep Irrawaddydolfijnen (info op Wikipedia). Naar schatting leven er nog zo’n 100 van deze dieren in de Mekong, en Kampi is de beste plek om ze te zien. Tijd dus om de motor te verruilen voor een bootje, op ‘jacht’ naar deze met uitsterven bedreigde dieren. Veel verwachtte ik er eerlijk gezegd niet van, dus ik ging er eigenlijk van uit dat het vooral een aangenaam boottochtje op de rivier was. Maar ik werd aangenaam verrast: het duurde niet lang voordat de eerste dolfijn opdook om adem te halen, en eindelijk heb ik tientallen van deze aquatische zoogdieren gezien. De dieren zijn jammer genoeg een stuk schuwer en veel minder speels dan hun collega’s in de zee: met Flipper heeft het allemaal weinig te maken, dus in plaats van vrolijk rondspringende dolfijnen die nieuwsgierig je boot komen bekijken en tegen je aan beginnen te tetteren zie je zelden meer dan een rugvin. Sterker nog: vaak hoor je de dieren eerst (wanneer ze boven komen om te ademen), om vervolgens net te laat de juiste plek te lokaliseren. Al bij al was het een unieke ervaring: niet alleen had ik nog nooit eerder wilde dolfijnen gezien, het is verre van ondenkbaar dat de dolfijnenpopulatie in de Mekong binnen een paar jaar ujitegstorven, en daarmee voorgoed verdwenen is. Want ondanks dat de dieren beschermd worden en de lokale bevolking langzaam de economische waarde van de dieren begint in te zien (eco-toerisme zorgt voor een structureel inkomen), raken de dieren regelmatig verstrikt in netten en worden ze zelfs incidenteel nog afgeschoten door vissers die ze als concurrentie zien. Daarnaast is de bouw een aantal controversiële stuwdammen in de Mekong gepland, en het is onmogelijk in te schatten wat de gevolgen hiervan zullen zijn op het even rijke als kwetsbare ecosysteem in de rivier (alleen de Amazone kent een grotere biodiversiteit). Maar voor de Irrawaddydolfijn en de duizenden andere diersoorten die die Mekong hun thuis noemen zal het ongetwijfeld weinig goeds betekenen…

Dolphin-watching op de Mekong

Dolphin-watching op de Mekong! Als je goed kijkt zie je de rug(-vin) van een dolfijn voor de andere boot

Gotcha!

Gotcha!

Dit is zo ongeveer het maximale wat je te zien krijgt

Dit is zo ongeveer het maximale wat je te zien krijgt

De kapitein van dienst

De kapitein van dienst

De Mekong bij Kampi, het leefgebied van de Irrawaddydolfijn. De Mekong is hier nog steeds vele honderden meters breed, ondanks dat ze nog ver van zee verwijderd is

De Mekong bij Kampi, het leefgebied van de Irrawaddydolfijn. De rivier is hier honderden meters breed, ondanks dat we hier bijna duizend kilometer van zee verwijderd zijn

Een drijvend dorpje, ongeveer 1 kilometer stroomopwaarts van Kampi

Een drijvend dorpje, ongeveer 1 kilometer stroomopwaarts van Kampi

De huizen zijn bevestigd aan houten palen, zodat ze met het  veranderende waterpeil kunnen volgen. Het verschil tussen regen- en droge seizoen is sommige jaren wel 10 meter, dus dat is hard nodig (al betwijfel ik dat de palen daarvoor lang genoeg zijn...)

De huizen zijn bevestigd aan houten palen, zodat ze met het veranderende waterpeil kunnen volgen. Het verschil tussen regen- en droge seizoen is sommige jaren wel 10 meter, dus dat is hard nodig (al betwijfel ik dat de palen daarvoor lang genoeg zijn…)

Alles wordt geheel met de hand gebouwd

Alles wordt geheel met de hand gebouwd

De woningen zijn eenvoudig, en bieden nauwelijks privacy

De woningen zijn eenvoudig, en bieden nauwelijks privacy

Het snelstromende, zuurstofrijke water garandeert een goede visvangst

Het snelstromende, zuurstofrijke water garandeert een goede visvangst

Snacktijd!

Snacktijd!

Wachten op mama

Wachten op mama

Het dorpje, gezien vanaf een eiland in de Mekong

Hetzelfde dorpje, gezien vanaf een eiland in de Mekong

Na dolfijnen en drijvende dorpen vond mijn gids Soda het blijkbaar nodig voor wat minder aardse zaken, want de volgende twee bestemmingen waren Buddhistische tempels (Wat in Khmer). Nu ben ik inmiddels de tel kwijtgeraakt wat betreft het aantal tempels dat ik heb bezocht, en – om het cru te stellen – wanneer je één hebt gezien, heb je ze allemaal wel gezien, maar ik had Soda gevraagd mij de highlights in de omgeving te tonen, en daarom vertrouwde ik maar op zijn oordeel te vertrouwen. En hij had het bij het juiste eind, want beide tempels bleken, om verschillende redenen, inderdaad een bezoekje meer dan waard.

De eerste tempel lag zo’n 35 kilometer ten noorden van Kratie in het sambor district, en droeg de naam Wat Sor Sor Muoy Roy, wat vrij vertaald zoiets als de tempel met 100 pilaren betekent (zoals gezegd is Wat ‘tempel’, Muoy Roi is ‘één honderd’, waaruit mijn magistrale taalinzicht afleidt dat Sor Sor wel ‘pilaren’ moet betekenen – 2x hetzelfde woord is meervoud in Khmer). Nu heb ik ze niet nageteld, maar het waren er inderdaad een hele boel, en dat gaf het gebouw een opvallend uiterlijk. De grootste attractie was echter een klein groepje kinderen dat er rondhing. Ik vermoed dat ze te arm waren om naar school te gaan, want ik zag tijdens de rit door het platteland talloze kinderen rondlopen in hun schooluniform, wat wellicht de reden was dat ze maar al te graag hun Engels wilden oefenen. Dikke pret gegarandeerd dus!

Wat Sor Sor Mouy Roy

Wat Sor Sor Mouy Roy

De tempel kids

De tempel kids

De oudste van het stel, gezegend met een glimlach om in te lijsten

De oudste van het stel, gezegend met een glimlach om in te lijsten

Uiteindelijk werd het tijd om de kinderen bij hun tempel alleen te laten, want de volgende Wat wachtte al op mij. Met een bloedgang scheurde Soda over de hobbelige, vaak ongeasfalteerde wegen, alsof hij te laat was voor een afspraak (ik heb voor mijn eigen gemoedsrust maar niet op de kilometerteller gekeken, maar dat het hard ging was zeker!) De bestemming was Phnom Sombok, een complex van drie tempels, uiteraard op de top van de enige heuvel in de wijde omgeving. De tempel geniet een redelijke bekendheid onder meer zweverig ingestelde backpackers, omdat je er meerdaagse meditatiecursussen kunt volgen, inclusief accomodatie in Spartaans ingerichte slaaphokjes welke de monniken en nonnen ook bewonen. De klim naar boven was absoluut moordend (een stuk of 200 treden voor de eerste, en vervolgens steeds 100 naar de volgende, hogergelegen tempels), welke voor de afwisseling eens niet echt anders waren dan anders. Maar het uitzicht over de Mekong en het omliggende platteland maakte veel goed: hoewel het zicht ietwat geblokkeerd werd door bomen, was het vergezicht spectaculair.

Omhoog naar Phnom Sombok

Omhoog naar Phnom Sombok

Platteland

Platteland

De Mekong, met de eilanden en stroomversnellingen nabij Kampi, het dolfijnen-oord, op de achtergrond

De Mekong, met de eilanden en stroomversnellingen nabij Kampi, het dolfijnen-oord, op de achtergrond

Het slotstuk van de tour lag aan de andere kant van Kratie, in het zuiden. Net buiten de stad leeft een groep Vietnamese vluchtelingen. Omdat ze illegaal in Cambodja verblijven wonen ze niet op het vasteland, maar midden in de rivier op drijvende huizen (zoals je ook veel ziet in de Mekong-delta in Vietnam). Dit is vermoedelijk de reden dat ze door de Cambodjaanse autoriteiten gedoogd worden, want in de regel is het vreemdelingenbeleid is behoorlijk strict te noemen. Omdat visvangst hun enige bron van inkomsten is, leeft de gemeenschap onder zelfs voor Cambodjaanse begrippen armoedige omstandigheden, zonder veel hoop op verbetering van hun situatie.

Illegale Vietnamese vluchtelingen op de Mekong

Illegale Vietnamese vluchtelingen op de Mekong

Een leven in grote armoede, geïsoleerd van het vasteland

Een leven in grote armoede, geïsoleerd van het vasteland

De kinderen spelen op de oever van de Mekong

De kinderen spelen op de oever van de Mekong

Visvangst als enige bron van inkomen

Visvangst als enige bron van inkomen

En met deze reality check kwam een even enerverende als interessante rondrit door het Noordcambodjaanse platteland ten einde, en bracht Soda me weer terug naar mijn guesthouse. Het stadje had echter nog een verrassing in petto: zoals overal gaat ook in Kratie de zon onder, maar ik kan me niet voorstellen dat er veel plaatsen zijn waar dat met een groter en kleurrijker spektakel gepaard gaat dan hier in Kratie.

De zonsondergang vanaf het balkon van mijn guesthouse

De zonsondergang vanaf het balkon van mijn guesthouse

Wat een plaatje!

Wat een plaatje!

Zonsondergang in Kratie

Een fraaie afsluiter van de dag!

De dag erop was het alweer vroeg opstaan. Ik had geen zin om het hele pokke-end naar Phnom Penh nogmaals in één keer af te leggen, en daarom had ik besloten om de busrit in twee delen op te splitsen, en in plaats van nog een dag in Kratie te verblijven naar Kampong Cham te verhuizen. Maar voordat ik Kratie gedag zei heb ik nog even in het koloniale centrumpje rondgekeken.

Koloniale shophouses in 'downtown' Kratie

Koloniale shophouses in ‘downtown’ Kratie

De hoofdstraat van Kratie

De hoofdstraat van Kratie

Gezellige drukte op straat

Gezellige drukte op straat

Koloniaal erfgoed

Koloniaal erfgoed

Straatmarkt in Kratie

Straatmarkt in Kratie

Binnen in de Centrale Markt, een gloednieuw gebouw aangezien de oude twee jaar eerder tot op de grond was afgebrand

Binnen in de Centrale Markt, een gloednieuw gebouw aangezien de oude twee jaar eerder tot op de grond was afgebrand

Na een prima busrit kwam ik aan het eind van de middag aan in Kampong Cham, met ongeveer 120.000 inwoners de derde stad van Cambodja. De stad is – hoe verrassend – de hoofdstad van de gelijknamige provincie, en staat bekend om de fraaie ligging aan de Mekong (Kampong is Khmer voor ‘gelegen aan een rivier’), de relatief grote islamitische gemeenschap in en rond de stad (Cham is de naam van deze ethnische minderheid), de grote centrale markt en de vele Franskoloniale shophouses.

Ik kwam aan het eind van de middag in kampong Cham aan, en de dag erop vertrok de bus naar Phnom Penh al vroeg, dus heel veel tijd had ik er niet te besteden, maar voldoende voor een aardige fototocht door het centrum en langs de Mekong-rivier, en daarmee voldoende om in ieder geval een beetje de sfeer te proeven. Een uitgebreider bezoek inclusief trips naar de bezienswaardigheden in het omliggende platteland zal moeten wachten tot een eventuele volgende keer.

Mijn hotelkamer in Kampong Cham: twee ventilatoren, een eigen 'badkamer' (een vuig en duister hok met een slechts een douchekop en een WC-pot zonder spoelmechanisme), één niet dood te krijgen mug en hallucinant beddegoed en ditto vloertegels. En al dat fraais voor slechts 5 dollar - wat wil een mens nog meer!?!

Mijn hotelkamer in Kampong Cham: twee ventilatoren, een eigen ‘badkamer’ (een vuig en duister hok met een slechts een douchekop en een WC-pot zonder spoelmechanisme), één niet dood te krijgen mug en hallucinant beddegoed en ditto vloertegels. En al dat fraais voor slechts 5 dollar – wat wil een mens nog meer!?!

Een straat richting de Mekong-oever (Kampong Cham)

Een straat richting de Mekong-oever (Kampong Cham)

Een moskee van de Cham

Een moskee van de Cham

Kampong Cham river front

Kampong Cham river front

Een straat in het centrum

Een straat in het centrum

Een pleintje nabij de markt

Een pleintje nabij de markt

Koloniaal verval

Koloniaal verval

De drukke kruising voor mijn guesthouse rond 9 uur 's avonds (een uur later is alles volkomen uitgestorven)

De drukke kruising voor mijn guesthouse rond 9 uur ’s avonds (een uur later is alles volkomen uitgestorven)

Detail van de Centrale Markt

Detail van de Centrale Markt

Ochtendboodschappen doen

Ochtendboodschappen doen

Panorama vanaf het balkon van mijn guesthouse, met in het midden de Central Market.

Panorama vanaf het balkon van mijn guesthouse, met in het midden de Central Market [klik voor een 4000-pixel versie op de foto]

De volgende ochtend (zondag) was het weer vroeg opstaan (de wekker begon om 7 uur te loeien), en na een simpel ontbijtje was het tijd om de bus terug naar Phnom Penh te nemen. We hadden een korte tussenstop in Skun, ook wel ‘Spiderville’ genoemd, vanwege de gefrituurde vogelspinnen die er verkocht worden. Een lokale lekkernij, waarschijnlijk ontstaan tijdens de dagen van de Khmer Rouge toen mensen werkelijk alles aten om niet om te komen van de honger, maar niet besteed aan mij. Iets diep in mijn wil het graag een keer proberen, al is het alleen maar voor ‘bragging rights’, maar iets anders nog veel dieper in mij weerhoudt me ervan: ik krijg de kriebels van dikke spinnen, en zo’n ding vasthouden, zelfs gefrituurd met knoflook en zout, dus gegarandeerd dood, is voor mij al een brug te ver, laat staan er eentje eten. Wellicht dat ik ooit genoeg Dutch Courage bijeen weet te rapen, maar niet deze keer…

Gefrituurde vogelspinnen in Skun - voedsel voor mensen met ballen van staal (niet mijn foto)

Gefrituurde vogelspinnen in Skun – voedsel voor mensen met ballen van staal (niet mijn foto)

De laatste excursie die ik heb gemaakt was naar de Killing Fields van Choeung Ek, een klein dorpje aan de rand van Phnom Penh (op een klein uur per tuk-tuk vanaf het centrum). Ik had dit oord des verschrikkings vier jaar geleden al eens bezocht, tijdens mijn eerste bezoek aan Cambodja, maar mij was verteld dat recentelijk een audiotour hebben geintroduceerd welke erg de moeite waard moet is. Daarom besloot ik toch maar door de zure appel heen te bijten en nogmaals te gaan, want dat het een uitermate deprimerende ervaring zou worden stond vantevoren al vast.

Het volgende stuk is dan ook niet bepaald prettige kost – het is uiteraard onderdeel van de geschiedenis van Cambodja en vrij essentieel om het Cambodja van vandaag te kunnen doorgronden, maar wie het luchtig wenst te houden raad ik aan hier te stoppen met lezen…

Een bezoek aan Choeung Ek wordt in de regel gecombineerd met een bezoek aan het Tuol Sleng Genocide Museum (ook wel S-21 genoemd), omdat de twee nauw met elkaar verbonden zijn. Tuol Sleng heb ik echter al twee keer eerder bezocht, en daarom zag ik geen noodzaak om er weer heen te gaan (daarnaast had ik simpelweg geen tijd, omdat ik de kinderen had beloofd met ze te gaan voetballen – een welkome vrolijke noot na een bezoek aan een vernietigingskamp). Een verslag van mijn bezoek aan de voormalige gevangenis/martelcentrum van twee jaar geleden kun je hier lezen: Een huiveringwekkend bezoek aan Tuol Sleng.

Ten tijde van de Khmer Rouge werd Choeung Ek gebruikt als executieplek voor de intellectuelen en politieke gevangenen afkomstig uit Tuol Sleng: nadat alle benodigde namen, informatie  en – meestal valse – bekentenissen uit de gevangenen was gefolterd was er geen reden meer ze langer in leven te houden – vrij naar het motto To keep you is no benefit, to destroy you no loss. In eerste instantie werden de slachtoffers in de gevangenis zelf geëxecuteerd, maar gezien het grote aantal gevangenen en gelimiteerde ruimte in het complex moest een andere plek gevonden worden. Een geïsoleerde voormalige Chinese begraafplaats en longanplantage 17 kilometer buiten de stad nabij het dorpje Choeung Ek was de perfecte locatie, want uiteraard moest de gehele operatie in het diepste geheim gebeuren.

Aanvankelijk werd eens per drie, vier weken in het holst van de nacht een vrachtwagenlading ter dood veroordeelden, geblinddoekt en de handen op de rug gebonden, naar Choeung Ek gebracht. In de laatste anderhalf jaar nam dat aantal door interne spanningen en paranoia binnen de Khmer Rouge en nieuwe zuiveringen echter snel toe – sommige nachten werden wel 300 gevangenen afgeleverd. De procedure was echter altijd dezelfde: nadat de namenlijsten waren gedubbelchecked werden de gevangenen naar een reeds uitgegraven massagraf gebracht. Vervolgens moesten, nog steeds gebonden en geblinddoekt, één voor één knielen aan de rand van het graf, waarna ze met een klap in de nek werden gedood. De Khmer Rouge vond het niet nodig om kostbare kogels te verspillen aan ter dood veroordeelde gevangenen, en daarom werd gebruik gemaakt van alle gebruiksvoorwerpen die voorhanden was: spades, bamboestokken, wagenassen, hamers, bijlen, messen, machetes en zelfs de gerafelde bladeren van de suikerpalm. Kleine kinderen werden tegen een zogenaamde ‘killing tree’ doodgeslagen: niemand werd gespaard, zelfs de jongsten niet, want nabestaanden zouden wel eens wraak kunnen nemen. Twee veelzeggende Khmer Rouge motto’s wat dit betreft luiden: To clear the grass you need to dig up the roots, en Better to kill an innocent by mistake than spare an enemy by mistake.
Nadat de ‘klus’ geklaard was werden de lichamen bedekt met chemicaliën als DDT – ten eerste om de stank te maskeren, ten tweede om alle slachtoffers die de eerste klap hadden overleefd alsnog te doden – en vervolgens werd het graf gesloten. Indien er niet genoeg tijd was om alle gevangenen te doden werden de ‘gelukkigen’ naar een bamboe hut gebracht, alwaar ze werden vastgehouden totdat de volgende nacht met ze kon worden efgerekend. Tijdens de executies werd via een luidspreker propagandamuziek afgespeeld, om de gevangenen te disoriënteren en het geschreeuw te overstemmen. Tevens hield dit de omwonenden in het ongewisse: zij dachten dat er nachtelijke propagandasessies werden gehouden, en koesterden verder geen argwaan.

In de periode van 1975 en 1978 dat Choeung Ek in gebruik was zijn er naar schatting tussen 17.000 en 20.000 mensen om het leven gebracht. De plek is tegenwoordig synoniem aan de term ‘Killing Fields’ (welke bekendheid kreeg na het verschijnen van de gelijknamige film in 1984), maar het is geenszins een unieke plaats: verspreid over heel Cambodja zijn zeker 20.000 executieplaatsen gevonden (waarvan zo’n 300 qua omvang vergelijkbaar met Choeung Ek), de eindbestemming voor meer dan één miljoen Cambodjanen.

Nadat de Vietnamezen begin 1979 de Khmer Rouge hadden verdreven duurde het niet lang voordat zij op de gruwelen van Choeung Ek stuitten. Democratisch Kampuchea, zoals de Khmer Rouge hun land noemden, was hermetisch afgesloten van de buitenwereld, en ondanks verhalen van vluchtelingen die de nachtmerrie wisten te ontvluchten had men geen idee van de onnoemelijke slachtpartij die de Khmer Rouge hadden aangericht. Om deze reden besloten de Vietnamezen een deel van de 160 massagraven te openen voor onderzoek en waarheidsvinding: nadat de opgegraven botten werden schoongemaakt werd getracht de doodsoorzaak en identiteit van het slachtoffer te achterhalen, waarna tot slot de schedel werd bijgezet, eerst in een tijdelijke opslagruimte, later in een speciaal hiervoor opgerichte herdenkingsstupa. Onlangs is besloten de resterende, tot op heden ongeopende graven voor de komende 30 jaar onberoerd te laten, al komen tijdens het regenseizoen nog veelvuldig botten, tanden en kledingresten naar de oppervlakte. Deze worden op een aparte locatie bewaard.

Geopende massagraven, rij naar rij

Geopende massagraven, rij naar rij

Een op zich idyllische plek, maar met een duister verleden

Een op zich idyllische plek, maar met een duister verleden

Kippen bij een graf

Vrij rondlopende kippen bij een graf

De herdenkingsstupa

De herdenkingsstupa [foto uit 2009]

Gevuld met duizenden schedels

Gevuld met duizenden schedels

Zij die het niet hebben kunnen navertellen

Zij die het niet hebben kunnen navertellen

Choeung Ek tijdens de opgravingen

Choeung Ek tijdens de opgravingen …

Het eindresultaat van één van de zwartste pagina's uit de menselijke geschiedenis...

… het eindresultaat van één van de zwartste pagina’s uit de menselijke geschiedenis

Tijdelijke opslagplek, voor de bouw van de stupa

Tijdelijke opslagplek, voor de bouw van de stupa

Zoals te verwachten is een bezoek aan de Killing Fields een verre van prettige ervaring: de serene rust die de plaats tegenwoordig uitstraalt (de omgeving is groen en parkachtig, en overal hoor je vogels zingen) staat in schril contrast met de gruwelen die er slechts 35 jaar geleden hebben plaatsgevonden. Veel meer dan de kuilen van geopende massagraven zie je niet, maar toch het is niet moeilijk voor te stellen op wat voor een hels tafereel de Vietnamezen en overlevenden van het Khmer Rouge-regime stuitten toen ze de plek ontdekten. Toch heb ik er geen spijt van terug te gaan naar dit oord: de aangeboden audiotour, bestaande uit heldere uitleg van de verschillende locaties, interviews met overlevenden én daders en muziek- en audiofragmenten, is buitengewoon informatief en professioneel opgezet: absoluut een verrijking. Je krijgt hierdoor niet alleen meer begrip voor de huidige moeilijke situatie waarin Cambodja verkeert (wanneer praktisch de gehele opgeleide bevolking wordt uitgemoord draait dat de ontwikkeling van een land minstens een paar decennia terug), maar je krijgt vooral veel meer bewondering en respect voor de Cambodjanen zelf, die ondanks deze recente tragedie en de harde strijd om het dagelijkse bestaan als een direct gevolg daarvan, hun levenslust, warmte en vriendelijkheid hebben behouden. Een even indrukwekkend als hoopwekkende ode aan menselijke veerkracht. En zo eindigt dit stuk gelukkig toch nog op een positieve noot.

Een Reactie op “On the road again

  1. Wat een geweldig verslag weer (en dito foto’s)!! Met veel plezier (en nederigheid vanwege het stuk over de killing fields) gelezen. Wat leven wij in Nederland dan in een oase van welvaart (40-45 uitgezonderd). Als er nog een mooi verslag komt, graag. Anders een goede terugreis gewenst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s